‘Wij zijn een B Corp?’ ‘Wát zijn jullie?’


De term ‘B Corp’ zingt steeds nadrukkelijker rond in de levensmiddelensector. Fabrikanten als Hak, Holie, Tony’s Chocolonely, De Smaakspecialist en Nespresso, maar ook organisaties als Fairtrade Original en Food Cabinet hebben al langer het B Corp-certificaat. En begin dit jaar liet Albert Heijn als eerste supermarktformule weten toe te werken naar een B Corp-certificering. Maar: wat is dit nu precies? We zetten een aantal vragen – en antwoorden – op een rij.


B Corp: waar staat die term eigenlijk voor?
‘B Corp’ is een afkorting van ‘Benefit Corporation’. Het verwijst naar bedrijven en organisaties die zich inzetten voor het behalen van ‘positieve sociale en milieuprestaties’. Albert Heijn-ceo Marit van Egmond noemde het tijdens de persbijeenkomst waar AH de B Corp-ambities bekendmaakte ‘de meest gerespecteerde en moeilijk te behalen certificering, waarmee je als bedrijf echter wel laat zien dat je bij de koplopers hoort’.

Wie bepaalt of een bedrijf een B Corp is?
Dat doet B Lab, een internationale non-profit-organisatie. B Lab ontstond in 2006 in de Verenigde Staten, vanuit het idee dat een andersoortige economie noodzakelijk was: een economie die rekening houdt met mensen, gemeenschappen en de planeet. De enorme nadruk op winst was niet meer van deze tijd, vonden de B Lab-oprichters van Jay Coen Gilbert, Bart Houlahan en Andrew Kassoy. Bedrijven zouden minstens evenveel oog moeten hebben voor mens en milieu.
Tegenwoordig zijn er B Labs in Australië, Oost-Afrika, Europa en Noord-en Zuid-Amerika. Samen vormen zij het ‘B Global Netwerk’.


Kan elk bedrijf een B Corp worden?

In principe wel. Het keurmerk geldt niet alleen voor de foodsector, maar ook voor andersoortige bedrijven. Je moet als bedrijf voldoen aan de criteria die B Lab heeft opgesteld en voldoende punten behalen op vijf verschillende beoordelingsaspecten. Het doorlopen van het certificeringsproces kost tijd en geld. Bedrijven zijn gemiddeld een jaar bezig met de aanvraag en betalen een bedrag dat afhankelijk is van de jaaromzet.
Bedrijven moeten hun sociale en duurzame missie vastleggen in de statuten van het bedrijf. Daarnaast moeten zij een uitgebreide vragenlijst doorlopen, op vijf beoordelingsgebieden: milieu, maatschappij, klanten, bestuur, en werknemers.
Zij kunnen maximaal 200 punten behalen, om het proces door te komen, moeten ze minimaal 80 punten behalen (ter vergelijk: ‘gewone’ bedrijven scoren gemiddeld 50 punten, zo meldde B Lab eerder tegenover Trouw).

80 punten van de 200, dat klinkt als ‘best weinig’…

Ja, maar toch krijgen bedrijven die 80 punten niet zomaar. Bovendien wordt elk bedrijf met een B Corp-certificering om de drie jaar opnieuw beoordeeld. B Corps moeten zichzelf blijven verbeteren, de norm om de 80 punten te behouden, wordt steeds strenger.
Daarnaast komen er vanaf 2024 nieuwe, striktere voorwaarden om een B Corp te kunnen worden én blijven. B Lab wil dat B Corp een ‘koploperskeurmerk’ blijft.  

Hoe zit dat dan?

Nu nog kunnen bedrijven een relatief slechte of minder goede score op het ene vlak – bijvoorbeeld werknemers – compenseren met hele goede prestaties op een ander vlak, bijvoorbeeld milieu, klanten etc. Daar is wel kritiek op gekomen. Van onderzoekers, maar ook van (veelal kleinere) bedrijven die vinden dat sommige (grotere) bedrijven nu ‘te makkelijk’ het B Lab-certificaat ontvangen, terwijl zij niet op alle vlakken positieve impact maken – even kort door de bocht gezegd.
Straks moeten bedrijven die een B Corp willen worden aan minimale voorwaarden voldoen op tien gebieden en kan er níet meer ‘onderling’ gecompenseerd worden, zo valt te lezen in een artikel op de website van consultancybureau Kirkman Company. 
Die tien gebieden worden:
* ‘Purpose & stakeholder governance’
* Medewerkersbetrokkenheid
* Eerlijke lonen
* Rechtvaardigheid, gelijkheid, diversiteit, inclusie
* Mensenrechten
* Klimaatactie
* Circulariteit en milieubehoud
* Collectieve inzet
* Impactmanagement
* Risicostandaarden
Daarnaast moeten bedrijven straks iedere drie jaar een betere score halen, zo schreef eerder het FD, dat sprak met B Lab Benelux-directeur Tessa van Soest. Nu worden bedrijven om de drie jaar gecontroleerd of ze de 80 punten behalen, maar hoeven ze niet omhoog te gaan in aantal punten. Straks moet dat dus wel.


Wat zijn de voordelen van een B Corp-certificering voor een bedrijf?
Het behalen van de certificering kost in eerste instantie geld, maar levert een bedrijf daarna wél extra omzet op, aldus Ceren Pekdemir, universitair docent aan het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling in Trouw en in het FD. Meerdere studies laten volgens hem zien dat het label een manier is om investeerders, klanten en consumenten aan te trekken.

Merk ik als werknemer iets van het feit dat ‘mijn bedrijf’ een B Corp is?
Allereerst is het wellicht een prettig idee om te werken voor een bedrijf dat een ‘positieve’ impact heeft op o.a. het milieu, gemeenschappen etc. Daarnaast: een van de beoordelingsaspecten om het certificaat te bemachtigen is ‘werknemers’; dat betekent dat een B Corp oog heeft voor ‘de belangen van medewerkers’.
Dit is vooralsnog wel een vrij ruim begrip. Bovendien kan een bedrijf zoals gezegd relatief laag scoren op dit vlak, en toch een B Corp-status hebben, omdat het op andere vlakken juist heel hoog scoort…

Maar dat laatste ging veranderen, toch?
Klopt. Zo worden ‘medewerkersbetrokkenheid’ en ‘eerlijke lonen’ twee van de tien beoordelingsaspecten, waar bedrijven straks een minimumaantal punten op moeten halen om de B Corp-certificering te behalen. In het genoemde artikel op de site van Kirkman Company wordt toegelicht wat dat inhoudt:
‘Medewerkers moeten worden geïnformeerd over besluitvorming en er moet ruimte worden gemaakt voor hun stem, bijvoorbeeld via intranet, gedeelde platforms of medewerkerstevredenheidsonderzoeken.’

En:
‘Werknemers van B Corps kunnen zich een ‘fatsoenlijke levensstandaard’ voor zichzelf en hun gezinnen veroorloven (getoetst aan de B Lab-standaarden, red.) en er is sprake van gelijke beloning onder de werknemers.
Voor bedrijven in de maak-/landbouw-/retail-industrie (en daar vallen ook supermarkten onder, red.) geldt dat zij zich ook moeten inzetten om een eerlijk loon te betalen aan de rest van de keten waar zij deel van uit maken. 
Daarnaast moet de organisatie actief stappen ondernemen om loonkloven tussen verschillende groepen te verkleinen en transparant communiceren over de ‘hoog-laag-ratio’ in lonen en over loonkloven die bestaan op basis van gender en/of etniciteit.
Tot slot wordt ook ‘rechtvaardigheid, gelijkheid, diversiteit en inclusie’ een apart beoordelingsaspect, zo valt te lezen. Ofwel: B Corps hebben ‘inclusieve en diverse werkomgevingen’ en dragen zinvol bij aan rechtvaardige en bloeiende gemeenschappen. ‘Zij werken hier naartoe door o.a. data te verzamelen over diversiteit en inclusie op de werkvloer. Daarnaast ondernemen ze actief stappen om ongelijkheid te bestrijden en diversiteit en inclusie te vergroten.’