Minder voedselverspilling in supermarkten

irishbeef

Meierijstad, 14 maart 2022 – Van al het voedsel, inclusief dranken, dat supermarkten in Nederland aanboden in 2020, werd gemiddeld 98,4% verkocht. 1,6% van het voedsel, uitgedrukt in kilogrammen, kwam niet bij consumenten terecht. Daarmee is de hoeveelheid voedselverspilling* in supermarkten met 3,6% afgenomen ten opzichte van 2018. Dit blijkt uit onderzoek door Wageningen University & Research (WUR), in opdracht van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) en het ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit, onder de vlag van de stichting Samen Tegen Voedselverspilling. Aan deze zelfrapportage werkten vijf Nederlandse supermarktketens mee: Albert Heijn, Aldi, Jumbo, Lidl en PLUS. Samen beslaan zij bijna 80% van de Nederlandse markt. 

De 1,6% niet-verkochte producten in 2020 binnen het supermarktkanaal zijn als volgt verdeeld over vijf productcategorieën. Deze verdeling is praktisch gelijk aan de cijfers uit 2018.

Verspilling binnen productcategorieën 
Om gericht maatregelen tegen verspilling te kunnen nemen, is het belangrijk om te kijken naar de verspilling per productcategorie. Het aandeel niet-verkochte producten ten opzichte van de inkoopvolumes per productcategorie is als volgt:

·       brood, afbakbrood en banket: 7,8% (t.o.v. 7,7% in 2018)
·       vers vlees en verse vis: 2,4% (2,9% in 2018)
·       aardappels, groenten en fruit: 2,4% (2,7% in 2018)
·       zuivel, eieren en gekoelde kant-en-klaar producten: 1,2% (1,4% in 2018)
·       overige verse en houdbare producten: 0,4% (0,4% in 2018).

Bestemmingen van niet-verkochte producten
*In dit onderzoek wordt met ‘voedselverspilling’ de producten bedoeld, die uiteindelijk niet bij consumenten terecht komen. Deze reststromen gaan veelal naar andere bestemmingen, bijvoorbeeld veevoer, vergisting en verbranding. Met name vers brood en banket dat niet is verkocht, wordt grotendeels hoogwaardig verwerkt tot veevoer. Dit is van toepassing op 2/3e deel van de verspilling aan brood, afbakbrood en banket.

Rol supermarkt in verspillingsvrije keten
Ondanks de hogere verkoop ten gevolge van COVID-19 in 2020, is de hoeveelheid voedselverspilling in 2020 absoluut gedaald ten opzichte van 2018. “Dit laat zien dat de diverse verspillingsvrije initiatieven door supermarktorganisaties in 2019 en 2020 hun vruchten afwerpen”, aldus Toine Timmermans, directeur van de stichting Samen Tegen Voedselverspilling. “Supermarkten spelen een belangrijke rol in de aanpak van voedselverspilling, niet alleen in de eigen operatie, maar ook in de hele keten. Bijvoorbeeld door met hun leveranciers duurzame afspraken te maken, kwaliteitsnormen aan te passen, nieuwe technologieën toe te passen en in te zetten op bewustwording onder consumenten.”

Jennifer Muller, manager duurzaamheid bij het CBL, geeft aan dat de uitkomsten van de zelfrapportage zeer waardevol zijn: “Nederlandse supermarkten lopen hier wereldwijd nog steeds mee voorop. De feitelijke onderbouwing op welke productcategorieën het beste actie kan worden ondernomen, zorgt ervoor dat supermarkten doelgericht kunnen werken aan de branchebrede doelstelling: vijftig procent minder voedselverspilling in 2030.”


Zelfmonitor voedselverspilling per sector
In 2020 hadden Nederlandse supermarkten een primeur door hun voedselverspilling inzichtelijk te maken. Dankzij dit onderzoek is er nu een beter en betrouwbaarder inzicht in voedselverspilling bij supermarkten. De supermarktketens hebben op vrijwillige basis zelf gerapporteerd over hun verspilling – en op basis van vertrouwelijkheid – gegevens verstrekt aan WUR. WUR heeft de data-analyse en opschaling voor de totale Nederlandse markt uitgevoerd. Om gericht maatregelen tegen voedselverspilling te nemen en hierop bij te sturen, zet Samen Tegen Voedselverspilling, in samenwerking met WUR, in op metingen per sector. Steeds meer sectoren uit de voedselketen gaan hiermee aan de slag.

Deze meting is een initiatief van het CBL en onderdeel van de uitvoeringsagenda van de stichting Samen Tegen Voedselverspilling. Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Food & Biobased Research en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.