Hoe denkt de gemiddelde Nederlander over vegetarische en vegan producten?

Van 4 tot en met 10 maart vindt de Nationale Week Zonder Vlees en Zuivel plaats. Maar hoe denkt de gemiddelde Nederlander over vegetarische en vegan producten? De Vegetariërsbond, de organisatie achter het V-label voor vegetarische en vegan producten, onderzocht dit in de jaarlijkse ‘vega monitor’. De meerderheid van de consumenten (58%) hecht op de een of andere manier aan producten met een onderscheidende eigenschap op het gebied van duurzaamheid of gezondheid. Zo vindt iets meer dan een kwart het belangrijk dat een product biologisch of vrij van toegevoegde suiker is, gevolgd door een wat lager percentage voor lokaal geproduceerde producten. Voor jonge mensen onder de dertig jaar bestaat de top-3 uit biologisch, zonder toegevoegde suikers en vegetarisch. Gezien de groeiende populariteit van vegetarische producten is het niet vreemd dat vegetarische en vegan producten juist onder jongeren aan populariteit wint.

Opvallend: terwijl het aantal vegetariërs en veganisten door de jaren heen vrij stabiel blijft, rond de 5%, is de belangstelling voor vegetarische en vegan producten vele malen groter. Ook flexitariërs hechten kennelijk aan vegetarische en vegan producten en zoeken hier actief naar.
Dit wordt ook zichtbaar bij het V-Label. Het V-Label-geeft aan dat een voedingsmiddel geen dierlijke ingrediënten bevat. Het keurmerk wordt in Nederland uitgegeven door de Vegetariërsbond en kan wereldwijd worden gebruikt. In 2023 werden in Nederland maar liefst 600 nieuwe producten met het V-Label gecertificeerd. Groeicategorieën zijn visvervangers. Voorbeelden zijn de visvrije tonijn van visproducent John West en de visburgers van de startup Vegan Visboer. Een andere groeicategorie zijn de zuivelvervangers. In het oog springt hier het voormalige zuivelbedrijf Boermarke, dat volledig overschakelde op plantaardige zuivel. Het brengt onder meer goudse kaasvarianten met het V-Label op de markt, onder de merknaam Vairy.

De kans is groot dat er in 2024 in het kader van de zogenaamde ‘eiwittransitie’ nog aanzienlijk meer vegetarische en vegan producten op de markt komen. Supermarkten hebben afgesproken het aandeel plantaardige eiwitten flink te willen verhogen. Het tempo waarin dit gebeurt, verschilt. Lidl en Aldi willen in 2030 op een 50-50 verhouding zitten. Plus, Jumbo en Albert Heijn trappen op het gaspedaal en willen in 2030 al op een aandeel plantaardige eiwitten van 60% zitten. Belangrijk is dat het hier gaat om een doelstelling op omzet en niet op aanbod. Om deze doelstelling te behalen kan het V-Label van nut zijn. Enerzijds weten inkopers bij producten met het vegan label zeker dat de producten enkel dierlijke eiwitten bevatten, anderzijds helpt het de consument in het maken van een bewuste keuze.

De vega monitor toonde verder aan dat een grote groep consumenten het V-Label van toegevoegde waarde vindt. Ook hier lopen jongeren voorop. Vooral bij vleesvervangers (37%) en kant- en klaarmaaltijden (28%) heeft het V-Label volgens consumenten toegevoegde waarde. Maar: juist in deze laatste categorie zijn er nog weinig producten met het label. Een mooi gat in de markt!

Dit artikel is een gastbijdrage van de Vegetariërsbond, die vegetarische en plantaardige voeding promoot. Ook is de Vegetariërsbond de organisatie achter het V-label voor vegetarische en vegan producten.