Herenboer zet consument met beide benen op de grond

In 2016 opende de eerste Herenboerderij in het Brabantse landgoed Wilhelminapark. De teller staat inmiddels op tien. De coöperatie met burgers als mede-eigenaars is een van de publiekswinnaars van de eerste editie van de Gezonde Innovatie Awards. Weten waar je eten vandaan komt en hoe het eten groeit, laat mensen gezonder en met meer respect eten. Foodlog ging in de Schiebroeksepolder op bezoek bij de tweede Herenboerderij van Nederland.

Vier metrostops buiten Rotterdam startte januari vorig jaar de tweede coöperatie van Herenboeren. De 26 ha van Herenboeren de Vlinderstrik bevinden zich op een ‘gek plekje’. Het is omringd door de HSL, RandstadRail, Rotterdam Airport en de nieuwe rijksweg die de A13 en A16 gaat verbinden. Toch heb je het gevoel dat je boerenbuiten bent. 

Community

Een Herenboerderij is een kleinschalig coöperatief bedrijf. Het is ongeveer 20 hectare groot en biedt zo’n 500 mensen voedsel dat in Nederland geproduceerd kan worden. De circa 200 huishoudens zijn alle mede-eigenaar van het boerenbedrijf. Een professionele boer, in dienst van Herenboeren Nederland, heeft de leiding over het bedrijf. De leden mogen meehelpen met planten, zaaien, schoffelen en oogsten. Zo ontstaat een community. Het is een gemengd bedrijf met dieren, een boomgaard, akker- en tuinbouw en mogelijk een kas. 

Bij de start investeert ieder huishouden €2.000 om een stukje land om te toveren tot een Herenboerderij. Dit bedrag wordt gebruikt om de boerderij op te starten. Denk aan het kopen van zaden, dieren en afrastering. Voor een bedrag van €10 per week per ‘mond’, halen de leden de oogst op. 

Licht- tot donkergroen

Waarom zou je lid worden van Herenboeren? “Ik hoor veel verschillende redenen”, zegt Diny Knol, secretaris van stichting Herenboeren Rotterdam. “Sommigen willen boeren zoals vroeger. Jonge ouders willen hun kinderen leren waar voedsel vandaan komt. Dierenactivisten willen bijdragen aan voedselsysteemveranderingen. Onze leden zijn er van licht- tot donkergroen.” 

Die investering van €2.000 maakt dat niet iedereen kan meedoen. “Je moet dat bedrag wel kunnen missen,” beaamt Knol. “Er zijn ook mensen met een kleinere beurs die hun eten van een kleinschalige boerderij willen.” De stichting onderzoekt of zij, in ruil voor arbeid of een andere dienst, ook kunnen gaan aansluiten.

Leden kiezen wat de boer maakt

De leden bepalen, in overleg met hun boer, wat er op de Herenboerderij gebeurt. De Vlinderstrik-oogst van afgelopen jaar: 44 verschillende groentes, paddenstoelen, varkensvlees, eieren, soepkip, vleeskuiken en rundvlees. “Gelukkig sta ik niet dagelijks in contact met al die mensen,” vertelt Albert Boersen, de boer van Herenboeren de Vlinderstrik, lachend. “Dan kwam ik niet aan werken toe.” Het bestuur van de coöperatie onderhoudt het contact met de leden. 

Lid worden van de coöperatie is populair. De Vlinderstrik heeft een wachtlijst. Zelfs waar nog geen Herenboerderij in de planning staat, zijn veel geïnteresseerden. “We zouden graag rondom Rotterdam een ring van Herenboeren realiseren,” vertelt Knol, “zodat Rotterdammers dichtbij kunnen genieten van het boerenleven en de natuur.”

Efficiëntie versus verbinding

“Herenboeren is zeker niet dé toekomst voor heel het voedselsysteem”, vindt Knol. “Dat kan niet. De toekomst zal echt een combinatie van verschillende systemen zijn.” Boersen beaamt dit: “Ik word heel fel van mensen die zich afzetten tegen de gewone landbouw. Wij kunnen niet zo efficiënt zijn als grote agrarische ondernemers. Herenboeren is niet de heilige graal.” De toegevoegde waarde van kleinschalige coöperatieve bedrijven zien zij op andere gebieden. Samen voedsel verbouwen is gezond, maakt trots en schept een band. Die lagere efficiëntie moeten we dan maar voor lief nemen, suggereert Boersen.

“Als Herenboer laat ik onze leden zien, ook via Instagram, wat er allemaal bij komt kijken om voedsel te produceren.” Hij zet de consument met beide benen op de grond. “Dat vind ik het mooiste aan mijn vak”, vertelt Boersen enthousiast. “Mensen willen mee-eten met de seizoenen. Dat klinkt heel leuk, maar een winterlang kolen en penen eten komt je ook je neus uit. In maart en april is er vrijwel niets te oogsten. ‘Leuk hè, jaarrond mee-eten?’, zeg ik dan plagend tegen onze leden.”

Vegan in de stad

Ook dierenwelzijn is een onderwerp waar veel leden een mening over hebben. “Je kunt opgehokte kippen vanwege de vogelgriep wel zielig vinden. Het moet van de wet”, licht Boersen toe. “Gelukkig zijn sommige leden realistischer. Zij corrigeren de wat minder realistische.”

Zeker in Randstedelijk gebied hebben velen een mening over voedsel die niet altijd overeen komt met de werkelijkheid, vindt Boersen. “In de stad zitten de vegan fastfoodketens. Daar vindt het gretig aftrek, omdat het past bij hun overtuigingen. Vegan zou gezond en duurzaam zijn. Hier laat ik zien dat dat verhaal genuanceerder is.” Herenboeren de Vlinderstrik lokt discussies uit rondom ons voedsel, in de omgeving waar het moet, lijkt hij daarmee te zeggen.

Dankzij initiatieven als Herenboeren en zelf-oogstboerderij Beleef het en Eet het, krijgen consumenten mee hoe groente, fruit en vlees op hun bord komen. “Als je weet wat er allemaal bij komt kijken, laat je het wel uit je hoofd om iets weg te gooien. Bovendien eten kinderen die hier geweest zijn meer groente”, zegt Knol. “Maar volwassenen ook!”, voegt ze er snel aan toe.