Het is je waarschijnlijk wel opgevallen: steeds meer supermarkten gaan op de plantaardige toer. En terecht, de uitdagingen voor het klimaat zijn enorm en meer plantaardig eten draagt bij aan een lagere milieubelasting van ons eetpatroon. Het is zelfs één van de grootste stappen die je als consument kunt zetten.
Wij juichen het dan ook toe dat je als consument steeds meer opties krijgt om je stukje vlees te vervangen of kunt kiezen voor lekker plantaardig broodbeleg. Maar staat 100% plantaardig gelijk aan een gezond en duurzaam product? En wat is er werkelijk nodig voor een groenere toekomst?

‘Vegan is niet per se gezond’
Als je meer plantaardig en minder dierlijk eet, dan is dat goed voor mens en planeet. De zogeheten eiwittransitie, waarin een verschuiving wordt gemaakt van dierlijke eiwitten naar meer plantaardige eiwitten, staat in de belangstelling. Fabrikanten en supermarkten zijn daarom bezig met het ‘veganizen’ van het assortiment. De keuze voor een plantaardig product of maaltijd wordt daarmee steeds makkelijker.
Naast bonen, tofu en sojadrink, vind je in de gewone supermarkt inmiddels ook vegan koekjes, ijs, chocolade, chips, saucijzenbroodjes en nog veel meer plantaardig lekkers. In veel gevallen helpt dit om de klimaatimpact van het product te verlagen. Zo is de klimaatimpact van sojadrink lager dan van koemelk en zijn bonen duurzamer dan vlees. Maar een vegan donut blijft natuurlijk gewoon een donut. Zonder zuivel zal de impact misschien een klein beetje minder zijn, maar ook de plantaardige variant levert veel calorieën en suiker. ‘100% plantaardig’ of ‘vegan’ is dan ook niet per se een claim voor een gezond product. Het betekent alleen dat er geen ingrediënten van dierlijke origine inzitten.
Snacks, snoep, frisdrank en alcohol hebben we voor onze gezondheid niet nodig, terwijl ze wel milieu-impact hebben door het gebruik van grondstoffen en energie voor het maken, verwerken, verpakken en vervoeren. Plantaardig of niet; het blijven producten die je niet te vaak en niet te veel moet eten.

‘Soms zorgt de verschuiving naar plantaardig voor een minder gezond product. Bijvoorbeeld als je onbewerkt mager vlees inruilt voor een kant-en-klare vleesvervanger met veel zout’

Soms zorgt de verschuiving naar plantaardig zelfs voor een minder gezond product. Bijvoorbeeld als je onbewerkt mager vlees inruilt voor een kant-en-klare vleesvervanger met veel zout. Of als je halfvolle melk inruilt voor gezoete haverdrink met weinig eiwit en geen toegevoegde vitamines en mineralen. Dat kan beter.

Zo kies je gezond plantaardig
Je kiest gezond plantaardig door te gaan voor veel groente, fruit, volkorengranen, ongezouten noten en peulvruchten. Neem je een sojadrink of kant-en-klare vleesvervanger, kies er een die voldoende eiwit bevat en verrijkt is met voedingsstoffen, zoals calcium en vitamine B12 voor zuivelalternatieven en ijzer en vitamine B12 voor vlees­vervangers. Dit zijn voedingsstoffen die we nu vaak uit dierlijke producten halen.
Kies je nog niet zo vaak bewust voor plantaardig en wil je weten of het een gezond product is? Door het product te scannen met de ‘Kies Ik Gezond?’-app zie je meteen of het in de Schijf van Vijf past of niet.

Wat kunnen fabrikanten doen?
De keuze voor gezonde plantaardige producten ligt natuurlijk niet alleen bij de consument. Voor fabrikanten is het de uitdaging om niet alleen de smaak en textuur van dierlijke producten te evenaren door bijvoorbeeld roomboter in een product te vervangen door kokosolie, maar om producten te maken die nuttige voedingsstoffen leveren – en niet te veel calorieën, verzadigd vet, suiker en zout bevatten.
Zij kunnen bijvoorbeeld lekkere humus of andere plantaardige spreads en vleesvervangers ontwikkelen met minder zout. Of maaltijden met veel groente, peulvruchten en volkorengranen. Plantaardige kaas met voldoende eiwit en voedingsstoffen en niet te veel verzadigd vet. Zo maken we niet alleen een verschuiving van dier naar plant, maar wordt een duurzamere keuze tevens een gezonde keuze. Zo hoeven consumenten niet te kiezen tussen gezond of duurzaam.

De rol van supermarkten
Ook supermarkten kunnen daarin helpen. Door consumenten niet te verleiden met stunts en meterslange schappen met plantaardige snacks, maar door gezonde en lekkere alternatieven te bedenken en promoten. Zet bijvoorbeeld de bonen, noten en volkorengranen in het zonnetje. Zo zetten we stappen voor de gezondheid van mens én milieu. En beperk het aanbod dat niet in de Schijf van Vijf staat, zowel het plantaardige als het niet plantaardige. Want daar hebben we gewoon niet zoveel van nodig.

Ir. Marije Seves
Expert duurzaam eten bij het Voedingscentrum

Meer info:
www.voedingscentrum.nl