COV Erepenning voor Henny Swinkels

De COV heeft een speciale Erepenning in het leven geroepen voor personen, die zich buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt voor de Nederlandse roodvleessector. De penning is vernoemd naar Henny Swinkels, die wegens zijn verdiensten voor de bedrijfstak ook de primeur had en een 1e exemplaar in ontvangst heeft mogen nemen.
 
COV-voorzitter Laurens Hoedemaker stond op de Algemene Ledenvergadering stil bij de inspanningen van Henny Swinkels. Dat betrof gedurende de vele jaren tal van bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden voor de Nederlandse vleessector, waarvan een kwart eeuw voor de COV. Dat heeft bijgedragen aan professionalisering van de verenging en uitbreiding van het ledenbestand. Verder heeft Swinkels in een lange loopbaan voor zijn werkgever, de Van Drie Group, in binnen- en buitenland Nederlands kalfsvlees op de kaart gezet. Dit alles heeft Swinkels als ambassadeur voor de sector bekendheid opgeleverd, een fors netwerk en de nodige impact op de positie van de hele Nederlandse roodvleessector.
Hoedemaker benadrukte, dat de Erepenning een blijk is van grote waardering, waarmee de COV de bestuurlijke nalatenschap van Henny Swinkels in de vereniging levend wil houden.

Uitdagingen voor de toekomst
COV-voorzitter Laurens Hoedemaker keek in zijn 1e jaarrede voor de openbare Algemene Ledenvergadering ook vooruit naar (de) vijf grote uitdagingen van de (nabije) toekomst.

1. Imago vlees. Consument en samenleving lijken de waarde van vlees niet goed genoeg meer te kennen en te kunnen (of mogen) waarderen. De primaire uitdaging is om de vele, unieke eigenschappen van vlees als hoogwaardig voedingsmiddel weer breed zichtbaar te maken in de samenleving, en in de politiek in het bijzonder.

2. Duurzaamheid. De vleessector wordt aangesproken op duurzaamheid. Daar zijn tal van antwoorden op: met dubbeldoelkoeien, het varken als kringloopdier, efficiency in de ketens en optimale vierkantsverwaarding. Nederland is wereldtop in duurzaamheid en moet dat dus zichtbaarder maken, en ondertussen ambitieus verder willen blijven verbeteren.

3. Welzijn. De omgang met levende dieren vergt speciale aandacht. De sectoren kunnen meer uit het defensief treden en het goede, eigen verhaal vertellen. Dat we volop wettelijke en bovenwettelijke regels hebben. Dat we permanent toezicht hebben in de slachterijen op naleving van regels. Dat het een dagelijkse zorg is en dat bedrijven dat goed doen, zo blijkt ook de Naleefmonitoring en uit de verder aangescherpte COV Code of Conduct.

4. Arbeid. Ondernemingen in vleessector staan dagelijks voor de taak om voldoende, goede medewerkers te vinden. Ambities zijn er rond het terugdringen van onnodige flexcontracten en het verbeteren van leefomstandigheden van internationale medewerkers. De opdracht is:  permanent zorgen voor een volhoudbare en verantwoorde arbeidssituatie in onze sector.

5. Voedselzekerheid. Het thema voedselzekerheid is door de oorlog in Oekraïne onverwacht opgekomen in het publieke debat. Dat moet het maatschappelijke bewustzijn vergroten, dat Nederland een relevante voedselproducent is en vooral ook moet blijven. Dat betekent ook, dat onze ondernemingen (lees: onze ketens), naast de genoemde thematische ambities, in eigen land en internationaal economisch concurrerend moeten kunnen zijn en blijven om ook de duurzaamheidsagenda verder uit te kunnen rollen. Dat betekent dan ook, dat meer maatschappelijke en politieke waardering nodig is voor de Nederlandse dierlijke ketens.

Groot strategisch belang
Rond ‘voedselzekerheid’ benadrukte gastspreker prof. Rob de Wijk op de ALV het grote politiek-strategisch belang van een eigen voedselproductie in Nederland en in Europa. De Leidse hoogleraar, historicus en directeur van het Hague Centre for Strategic Studies stelde, dat het beschikken over de grondstoffen cruciaal is om met primaire levensbehoeften zoals voeding, maar ook energie, niet afhankelijk te worden van andere machtsblokken.
De Nederlandse agrofoodsector is in dat kader van het allergrootste belang.